Ook in 2024 mocht ik een bijdrage leveren aan het Rotterdams Jaarboekje.
Ik schreef over Gerk Oberman, een jonge Rotterdamse verzetsstrijder die in maart 1945 werd gefusilleerd als straf voor de vergismoordaanslag op Rauter, de hoogste SS-officier in Nederland. Gerk was student geneeskunde. Daarvoor was hij een leerling van het Erasmiaans Gymnasium. Op zijn oude school wordt Gerk jaarlijks herdacht tijdens de Erasmiaanse Dodenherdenking.

Bijzonder is dat het artikel informatie bevat die tot nu toe niemand had achterhaald. Zoals het feit dat Gerk Oberman vanuit zijn ouderlijk huis aan de Scheepstimmermanslaan over de pantsermuur van de Citadel heen kon kijken. Ook vond ik door puzzelstukjes aan elkaar te leggen de naam van de persoon die vermoedelijk door Gerk geliquideerd is, de naam van de Duitser die waarschijnlijk verantwoordelijk was voor de marteling van Gerk, en aanwijzingen dat Gerks verzetsgroep (na Gerks dood) de Joodse Rotterdammer Abram Cohen hoogstwaarschijnlijk ten onrechte heeft geliquideerd. Ten slotte vond ik samen met onderzoeker Piet Dam de identiteit van de gefusilleerde Rauter-gevangenen die al in Scheveningen geboeid werden (waaronder Gerk). De meeste van deze vondsten staan in de voetnoten, maar toch.
Dit artikel had niet geschreven kunnen worden zonder de hulp en informatie van Herman Oberman van Oberman NL Familiegeschiedenis, Marijke van Vonderen-van Staveren, Loes Wijnbergen, Anneke Oberman-Buit, Piet Dam, Rudi Harthoorn, Chiel Melsert, en de redactie van het Jaarboekje, onder wie Anne Jongstra en Wanda Waanders.
Eén alinea heb ik er – met pijn in het hart – uit moeten laten. Vanuit het perspectief van de redactie begrijpelijk, want het artikel was al (te) lang en het ging over een gedicht van Gerk. Voor de liefhebber staat de ontbrekende alinea in een opmerking hieronder. De pdf van het artikel komt halverwege 2025 online op de website van het Rotterdams Jaarboekje. Het jaarboekje is een uitgave van het Historisch Genootschap Roterodamum en Stadsarchief Rotterdam.
Vanaf nu zal ik het gewapende verzet achter me laten en me concentreren op de leerlingen van het Joods Lyceum Rotterdam en de oorlogsslachtoffers van het Erasmiaans Gymnasium.
1 reactie
In 2023 dook een dichtbundeltje op van Gerk. De gedichten, vermoedelijk na de oorlog uitgetypt door een familielid, stammen uit september en oktober 1944. Gerk schreef ze dus ongeveer een half jaar voor zijn arrestatie en dood. De stijl is Boutens-achtig en doet nu archaïsch aan, ook vanwege de rijmdwang. Maar een geoefend poëzielezer ziet meteen dat deze gedichten in bedekte termen gaan over onderdrukking, verzet en het onder ogen zien van een mogelijke dood.
Als Boutens-liefhebber was Gerk vertrouwd met meerduidigheid in poëzie. In het gedicht ‘De storm’ schrijft Gerk over de zware storm van 7 september 1944, waarbij in heel Rotterdam bomen omwaaiden. Het gedicht gaat echter ongetwijfeld ook over de ‘storm’ van de Duitse overheersing en zijn beslissing om zich aan te sluiten bij het gewapende verzet, precies rond die septemberstorm. “O God, geef mij kracht in de stormwind te staan | blijd’ en met moed | en als ontij mij wacht niet willoos te gaan | mee met de vloed! || O God, geef mij liefde: de kracht van de storm | te breken voorgoed, | en wat hij kliefde in zuiveren vorm | te helen voorgoed!”